Een ei hoort erbij

Pas op de hond!

Baasje: ‘Fikkie doet niks, hoor!’

Pramoedya Ananta Toer, een rasverteller

Telkens wanneer mijn fysiotherapeut Bert weer wat heeft gespaard, trakteert hij zijn vrouw en zichzelf op een reis naar Indonesië. Hij is daar als het ware niet weg te slaan, ofschoon hij bij mijn weten geen enkele bloedband heeft met het land.

Ik begrijp Bert. Ik heb namelijk aardig wat romans over het oude Nederlands-Indië gelezen: van Multatuli natuurlijk (ik houd ‘Max Havelaar’ voor de absolute top van onze bellettrie), van Beb Vuyk, Maria Dermoût, Madelon Székely-Lulofs, Hella Haasse, Eduard du Perron, P.A. Daum, E. Breton de Nijs, H.J. Friedericy. Maar dat zijn allemaal ‘totoks’ (blanken) of Indo’s (halfbloeden.) Zojuist heb ik voor het eerst een boek gelezen van een inlandse auteur, de Javaan Pramoedya Ananta Toer, de ‘grand old man’ van de Indonesische letterkunde. Ik heb het over ‘Aarde der mensen’, het eerste deel van een tetralogie over het koloniale bewind en de opkomst van de onafhankelijkheidsbeweging in de ‘Gordel van smaragd’.

Toer werd in 1925 geboren als eersteling in een onderwijzersgezin. Tijdens de oorlog verdiende hij zijn brood als stenograaf op een Japans persbureau. In 1947, tijdens de zogenaamde eerste politionele actie, werd hij bij het uitdelen van vlugschriften door Nederlandse militairen opgepakt, waarna hij zonder vorm van proces twee jaar gevangen werd gezet. Zijn scherpe pen en inzet voor linkse idealen brachten hem in conflict met de nieuwe machtshebbers: Soeharto sloot hem, ook zonder vorm van proces, veertien jaar op, van 1965 tot 1979, op het eiland Boeroe in de Molukken. Toer mocht daar zelfs niet over schrijfmateriaal beschikken: ‘Aarde der mensen’ dicteerde hij in de loop van 1973 aan bezoekers, die de tekst in de vorm van kattenbelletjes de gevangenis uit smokkelden; het boek werd twee jaar later uitgetypt en verscheen in Maleisië.

Toer heeft ongeveer 40 werken op zijn naam staan. Hij is in 20 talen vertaald. Verschillende keren werd hij gedoodverfd als laureaat van de Nobelprijs, maar dat is er nooit van gekomen. Onbegrijpelijk; hij had het tien maal meer verdiend dan bijvoorbeeld de saaie Egyptenaar Naguib Mahfouz, de winnaar van 1988.

Over ‘Aarde der mensen’ kan ik kort zijn: het is een kostelijk werk van een rasverteller. Gelukkig heb ik al deel 2 van de tetralogie, ‘Kind van alle volken’. Nu op zoek naar de delen 3 en 4: ‘Het glazen huis’ en ‘Voetsporen’.

Gedachte voor de zondag

Code Rood!

Vergis u niet en denk niet: zoiets overkomt mij, in mijn rustig dorpje, niet. Recent Amerikaans onderzoek toont aan dat ook u het slachtoffer kunt worden. Wees dus waakzaam!

Nabrander over Benedetti

Zoals ik al schreef in mijn blogje van 2 dezer, vind je in ‘Despistes y franquezas’ van Mario Benedetti ook wat graffiti. (‘Hij noemt ze ‘graffiti zonder muren’.) Hier zijn er een paar:
 
- Yankee stay home.
 
- Nodig: advocaat om te pleiten bij het Laatste Oordeel.
 
- Modernisering: Sesam heeft een elektrische deuropener geïnstalleerd.

 

- Bestseller in de hemel: ‘Who is Who in Hell’.